Cameravoering

Beginnen met filmen

Wacht: Het gaat erom de tijd te vangen op het meest onthullende moment. Zo wennen mensen aan de camera (enforced coincidence). Wat ook helpt: terwijl je een praatje maakt pak je de camera alvast uit en draai je wat tussenshots van de omgeving.

Standpunten


  • Kies verschillende standpunten en kaders: blijf bewegen
  • Maak betekenisvolle detailopnamen
  • Denk aan de overzichtsopnamen
  • Interviewer altijd vlak naast de camera, zodat de geinterviewde lnks of rechts van de camera kijkt met beide ogen zichtbaar. Twee ogen niet zichtbaar geeft een plat beeld.
mid_camera

Zoomen


Nadelen:
  • Voegt weinig toe in de mate van hoeveelheid "nieuw beeld" (in tegenstelling tot een pan)
  • Een zoombeweging drukt het beeld in: de brandpuntafstand verandert en dat is onnatuurlijk
Voordelen:
  • Geluid blijft doorlopen
  • Om scherp te stellen

Pannen en tilten

Wees met pannen en tilten voorzichtig. Er moet altijd een reden zijn om de camera te bewegen:
  • Volgen van verplaatsingen
  • Van het ene object naar het andere

Houd een ruime rustpunt tussen momenten van beweging: snijpunt in de montage. Zet bij een pan/tilt vanaf een statief de steadyshot uit, want het tast de precisie van de pan /tilt aan.

Rijder

Mooiste als de camera waterpas is (dan zakt de horizon niet) en in een hoek van 90 graden schuin langs het onderwerp rijdt.

Filmen met groothoeklens

  • Film vanaf de hand zoveel mogelijk met een groothoeklens, dat is steadier.
  • Een groothoeklens in combinatie met dichtbij filmen suggereert een directe relatie in plaats van bespieden.
  • Bewegingen lijken met een groothoeklens sneller
  • Bij groothoeklenzen is de voorgrond groter in verhouding tot de achtergrond. Dat komt door de korte brandpuntafstand.

Compositie

Wie filmt maakt compositie:
  • Verschillen in hoogte en perspectief
  • Vermijd storende achtergrondelementen
  • Afwijkend perspectief (bijvoorbeeld lager en hoger)
  • Probeer lagen in het beeld aan te brengen (voor en achtergrond(en) hebben betekenis).
  • Prikkel door niet alles in het midden te zetten, dit zorgt voor dynamiek.
  • Film vanuit verschillende hoeken: zo krijgt de voorgrond een andere achtergrond. Maar zorg dan wel voor een lange scherptediepte (bijvoorbeeld hoge F-waarde door veel aanwezig licht)
  • Maak een paar close up tussenshots voor de rustmomenten in de montage en voor het ophakken van lange stukken film/interviews. Maar: close ups zijn ook dwingend in het sturen van de kijker. Dus niet te vaak doen. Variëren is het geheim.
  • Zoom alleen als de achtergrond plat is en de aandacht verlegd wordt.

Film mensen ook:
  • In rust
  • Als ze zwijgen
  • Als ze luisteren

scherpstellen

Inzoomen op de ogen van mensen en scherpstellen. Daarna kader bepalen.

Focuspulling

Bij beweging in beeld waardoor het scherpstellen gecorrigeerd met worden