Scenarioschrijven voor fictie: personages

Twee soorten manieren van karakters beschrijven:
-als afsplitsing van jezelf (Hemmingway)
-vanuit de interesse in andere mensen

Je kiest karakters op basis van zijn handelingen. Die handelingen dragen een bepaald drama met zich mee. Ieder karakter zal op basis daarvan een bepaald onvermijdelijk conflict meemaken.

Voordat je een karakter gaat creëeren, zal je eerst zijn levensdoel/droom moeten bedenken: wat drijft hem?

Iedereen die een rol krijgt in het verhaal moet van nut zijn. Schrap iedereen die op inhoudelijk niveau niets toevoegt.

Duwboten zijn efficiënter dan sleepboten. Maar er moet ook iets zijn om mensen te lokken, want alleen met duwen kunnen ze alle kanten opgaan en zijn ze stuurloos. --> Wat de mens lokt zal altijd de liefde zijn.

Subtekst
Eerst moet je weten wat het doel van het personage is (de subtekst), en dan pas kan je de dialogen schrijven (de dialoogtekst).

Conflict en drama
Conflict start een handeling op: het dwingt de hoofdpersoon dingen te gaan doen. Zonder conflict geen drama, maar zonder personage geen conflict. Drama is een personage in actie.

Observatie
Observeer interessante mensen en je leert clichés vermijden. Train jezelf in het observeren van handelingen van anderen, en noteer ze.
-vrouw op sokken is sportschooleigenaar
-mannen aan tafeltje die overal heen kijken behalve naar elkaar

Als je je fantasie laat lopen over een geobserveerd persoon, zorg er dan voor dat het persoonlijk wordt: waarom doet hij de dingen die hij doet? Verbind dat aan het karakter. Als je dat niet doet dan wordt het verhaal richtingloos en onpersoonlijk.

Zorg ervoor dat de dingen die je observeert of beschrijft je altijd laten afvragen: waarom?

Observeren brengt je op ideeën
1. voor karakters
2. voor situaties
3. voor een begin van een film
4. voor een hele film?

Paris Texas
Zonder dialoog wordt een man neergezet waarvan je je afvraagt: wie is die man?
Zijn houding en mannier van lopen, zijn misfit in de omgeving: de woestijn.

Beschrijven van personages
Driedementionale structuur van het karakter

-fysiologisch (uiterlijk kleurt karakter)
sekse
leeftijd
gewicht
lengte
kleur van haar
ogen en huid
houding
verschijning
gebreken
erfelijkheid
etc.

-sociologisch (het waarom: waar komt het vandaan?)
klasse
beroep
opleiding
huiselijk leven
godsdienst
ras
nationaliteit
sociale positie
politieke opvattingen
liefhebberijen
activiteiten
enzovoort

-psychologisch (combi van 1 en 2)
seksuele voorkeuren
morele overtuigingen
persoonlijke drijfveren
ambities
frustraties
teleurstellingen
temperament
houding
verwachtingen
vaardigheden
intelligentie
etc.

Alle info die je over een karakter in de film geeft zijn bedoeld om later te benutten in de film. Maar voor jezelf moet je meer weten over het karakter dan je in de film gaat gebruiken. Zo kan je makkelijk spelen met karakters.

Zorg ervoor dat karakters voldoende van elkaar verschillen zodat de kijker ze kan onderscheiden. Maar zorg ervoor dat een karakter nooit eenzijdig wordt: elk karakter is zowel goed als slecht. Hij heeft verschillende kanten, maar in de film prevaleert één kant. Een personage met alleen maar slechte kanten heeft geen punten van herkenning meer. Dat is niet goed.

Hou visie in de gaten, wees consisten en houd van je karakters.

Denk aan bovenstaande drie punten bij het schrijven van personages. Voor jezelf, hoeft niet in het scenario, maar met dit in het achterhoofd gaat een personage tijdens het schrijven leven. Dit geldt ook voor documentaires: Wat zijn de obstakels van de persoon die je gaat volgen?

Karakters zijn geen constanten. Karakters bewegen. Karakters veranderen. Een geschikt karakter is rijp voor verandering. De kracht die het veranderen op gang kan brengen, is een behoefte, of een verlangen. Stel jezelf de vraag waarna het personage streeft, waarnaar het op weg is. In dat antwoord ligt de sleutel tot het personage. Wil het rijk worden, wil het bemind worden of beroemd? Zodra men weet waarnaar een personage naar op weg is, kan men zijn weg blokkeren met conflicten en obstakels. Vechtend voor hun doel zijn mensen zichtbaar. Conflicten dwingen een karakter tot groei en verandering.

Denk ook aan de volgende punten:

-Wat is het doel van deze scène?
-Is dit de beste manier om dit doel over te brengen?
-Heb ik deze scène nodig?
-Brengt deze het verhaal verder?
-Is mijn verhaal aan het ontwikkelen?
-Is mijn personage door deze scène anders dan in voorgaande scèneπs?
-Weet ik waar hij vandaan komt waar hij naar toe gaat?
-Reflecteren deze scènes het verhaal wat ik wil vertellen?

Verhaallijn - personages, verhaal, setting
Driehoek: personages, verhaal, setting: Zit je vast op de personages, kijk dan naar de correlatie tussen de andere twee. Bijvoorbeeld: welke kleren passen bij het personage? Als de setting een zwembad is en het verhaal gaat over een onschuldig volkje, dan is de correlatie tussen die twee bijvoorbeeld: zwemvliezen.